Skip to content
Inburgering Nu
Video lessons
Exams
Study guide
Word games
Pricing
Log in
Start for free
Dutch words
4153 words with meanings, de/het articles, example sentences and pronunciation.
Search words
All
A1
939
A2
1767
B1
1447
By letter
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
Starting with O
293 words
Clear filters
de
onderneming
enterprise, company
·
noun
B1
de
ondernemingsraad
works council
·
noun
B1
ondersteunen
to support
·
verb
B1
de
ondersteuning
support
·
noun
B1
onderstrepen
to underline
·
verb
A2
ondertekenen
to sign
·
verb
B1
de
ondertiteling
subtitling
·
noun
B1
ondertussen
in the meantime
·
adverb
B1
de
ondervoeding
malnutrition
·
noun
B1
het
onderwerp
subject, topic
·
noun
B1
het
onderwijs
education
·
noun
A2
het
onderzoek
research; examination
·
noun
B1
onderzoeken
to examine; to investigate
·
verb
B1
de
onderzoeker
researcher
·
noun
B1
ondiep
shallow
·
adjective
B1
onduidelijk
unclear
·
adjective
A2
onecht
fake
·
adjective
B1
oneens
disagreeing
·
adjective
A2
oneerlijk
unfair; dishonest
·
adjective
B1
ongebruikelijk
unusual
·
adjective
B1
het
ongedierte
vermin, pests
·
noun
B1
ongeduldig
impatient
·
adjective
B1
ongehuwd
unmarried
·
adjective
A2
ongekamd
uncombed
·
adjective
B1
ongeldig
invalid
·
adjective
B1
het
ongeluk
accident
·
noun
A2
het
ongemak
discomfort, inconvenience
·
noun
A2
ongemeubileerd
unfurnished
·
adjective
B1
ongerust
anxious, uneasy
·
adjective
A2
ongeschikt
unsuitable
·
adjective
B1
Previous
3 / 10
Next