zelfstandig naamwoord · het-woord · A1 · veelgebruikt
het cadeau
Wat betekent “cadeau”?
Meervoud: de cadeausLettergrepen: ca·deau

Betekenis
- Engels
- present, gift
Dit woord krijgt “het”.
Voorbeeldzinnen
- Ik koop een cadeau voor mijn zus.I'm buying a present for my sister.
- Dank je wel voor het cadeau!Thank you for the present!
- Ze koopt cadeaus voor de familie van Cesar.She buys presents for Cesar's family.
Uitdrukkingen
- een cadeau gevento give a present
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 333 woorden over Winkelen en geld.