zelfstandig naamwoord · de-woord · A2 · veelgebruikt
de eigenaar
Wat betekent “eigenaar”?
Meervoud: de eigenarenLettergrepen: ei·ge·naar
Betekenis
- Engels
- owner
Dit woord krijgt “de”.
Voorbeeldzinnen
- Wie is de eigenaar van deze fiets?Who owns this bike?
- De eigenaar van het huis woont in het buitenland.The owner of the house lives abroad.
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 332 woorden over Wonen.