zelfstandig naamwoord · het-woord · A1
het hotel
Wat betekent “hotel”?
Meervoud: de hotelsLettergrepen: ho·tel
Betekenis
- Engels
- hotel
Dit woord krijgt “het”.
Voorbeeldzinnen
- We slapen twee nachten in een hotel.We're staying two nights in a hotel.
- Het hotel is dicht bij het station.The hotel is close to the station.
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 271 woorden over Verkeer en reizen.