zelfstandig naamwoord · de-woord · B1
de huiseigenaar
Wat betekent “huiseigenaar”?
Meervoud: de huiseigenarenLettergrepen: huis·ei·ge·naar
Betekenis
- Engels
- homeowner
Dit woord krijgt “de”.
Voorbeeldzinnen
- Huiseigenaren betalen onroerendezaakbelasting.Homeowners pay property tax.
- Als huiseigenaar ben je zelf verantwoordelijk voor het onderhoud.As a homeowner you are responsible for the maintenance yourself.
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 332 woorden over Wonen.