werkwoord · B1
uitgaan
Wat betekent “uitgaan”?
Verleden tijd: ging uit – gingen uitPerfectum: is uitgegaan
Betekenis
- Engels
- to go out; to go off
Voorbeeldzinnen
- Op zaterdagavond gaan we vaak uit.On Saturday evenings we often go out.
- Het licht ging plotseling uit.The light suddenly went out.
Uitdrukkingen
- ervan uitgaan datto assume that
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 388 woorden over Mensen en familie.