Naar de inhoud
Inburgering Nu
Videolessen
Examens
Uitleg
Woordgames
Prijzen
Inloggen
Gratis beginnen
Nederlandse woorden
4153 woorden met betekenis, lidwoord de/het, voorbeeldzinnen en uitspraak.
Woord zoeken
Alle
A1
939
A2
1767
B1
1447
Per letter
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
Woorden
939 woorden
Filters wissen
de
luchthaven
airport
·
zelfstandig naamwoord
A1
luisteren
to listen
·
werkwoord
A1
lunch
·
zelfstandig naamwoord
A1
to have lunch
·
werkwoord
A1
lunch break
·
zelfstandig naamwoord
A1
stomach
·
zelfstandig naamwoord
A1
month
·
zelfstandig naamwoord
A1
Monday
·
zelfstandig naamwoord
A1
but
·
voegwoord
A1
March
·
zelfstandig naamwoord
A1
warehouse, storeroom
·
zelfstandig naamwoord
A1
microwave
·
zelfstandig naamwoord
A1
to email
·
werkwoord
A1
to make; to fix
·
werkwoord
A1
easy
·
bijvoeglijk naamwoord
A1
mum
·
zelfstandig naamwoord
A1
man; husband
·
zelfstandig naamwoord
A1
market
·
zelfstandig naamwoord
A1
to go along, to come along
·
werkwoord
A1
to bring, to take along
·
werkwoord
A1
more
·
bijwoord
A1
plural
·
zelfstandig naamwoord
A1
usually
·
bijwoord
A1
(male) primary school teacher, Sir; master
·
zelfstandig naamwoord
A1
May
·
zelfstandig naamwoord
A1
girl
·
zelfstandig naamwoord
A1
milk
·
zelfstandig naamwoord
A1
melon
·
zelfstandig naamwoord
A1
sir, Mr
·
zelfstandig naamwoord
A1
person, human
·
zelfstandig naamwoord
A1
16 / 32
de
lunch
lunchen
de
lunchpauze
de
maag
de
maand
de
maandag
maar
de
maart
het
magazijn
de
magnetron
mailen
maken
makkelijk
mama
de
man
de
markt
meegaan
meenemen
meer
het
meervoud
meestal
de
meester
de
mei
het
meisje
de
melk
de
meloen
de
meneer
de
mens
Vorige
Volgende