Naar de inhoud

Grammatica · Onderwerp 13 · A1 · 7 vragen · ongeveer 14 minuten

Werkwoorden vervoegen: nu en vroeger

De vervoeging van de 24 meest gebruikte Nederlandse werkwoorden in de tegenwoordige tijd, het imperfectum en het perfectum. Leer regelmatige en onregelmatige werkwoorden met tabellen.

Uitleg

Drie tijden: nu en vroeger

In de tabellen in het boek staat elk werkwoord in drie kolommen:

• Tegenwoordige tijd (nu): ik werk.

• Onvoltooid verleden tijd (imperfectum, vroeger): ik werkte.

• Voltooid tegenwoordige tijd (perfectum, vroeger): ik heb gewerkt. Het perfectum bestaat uit het hulpwerkwoord hebben of zijn + het voltooid deelwoord (voltooid deelwoord).

  • Ik werk elke dag.I work every day.
  • Ik werkte vroeger in een fabriek.I used to work in a factory.
  • Ik heb gisteren lang gewerkt.I worked for a long time yesterday.

De -t-regel in de tegenwoordige tijd

ik krijgt nooit een -t: ik kom, ik werk, ik vind.

jij, u en hij/zij krijgen altijd een -t: jij komt, u werkt, hij vindt. Eindigt de stam al op -t, dan komt er geen tweede t bij: ik eet – jij eet.

In het meervoud (wij, jullie, zij) is het werkwoord gelijk aan de infinitief: wij komen, jullie werken.

  • Ik kom uit Turkije.I'm from Turkey.
  • Jij komt morgen.You are coming tomorrow.
  • Hij vindt Nederland mooi.He thinks the Netherlands is beautiful.
  • Wij komen samen.We are coming together.
Voorbeeld: komen (onregelmatig)Vergrendeld

Dit deel is voor leden.

Onregelmatige werkwoordenVergrendeld

Dit deel is voor leden.

Let op de spelling: f → v, s → zVergrendeld

Dit deel is voor leden.

Imperfectum van regelmatige werkwoorden: stam + te / deVergrendeld

Dit deel is voor leden.

Voorbeeld: werken (regelmatig)Vergrendeld

Dit deel is voor leden.

Regelmatige werkwoordenVergrendeld

Dit deel is voor leden.

Woorden die je moet kennen

  • het werkwoordverb
  • de tegenwoordige tijdpresent tense
  • de onvoltooid verleden tijdpast tense (imperfectum)
  • de voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect (perfectum)
  • het hulpwerkwoordauxiliary verb
  • het voltooid deelwoordpast participle
  • regelmatigregular
  • onregelmatigirregular

Voorbeeldvragen

1 / 7
Afbeelding bij de vraag
Vraag 1

Kies de juiste vorm: Jij ___ morgen naar school.

Choose the correct form: You are coming to school tomorrow.

jij krijgt altijd een -t: jij komt.

Test jezelf

1 / 7
0 van 7 beantwoord · 0 goedJe antwoorden worden op dit apparaat bewaard.
Afbeelding bij de vraag
Vraag 1

Kies de juiste vorm: Jij ___ morgen naar school.

Kies een antwoord

Mijn antwoorden

  • 2Wat is de onvoltooid verleden tijd van 'ik eet'?Vergrendeld
  • 3Kies de juiste vorm: Gisteren ___ ik naar mijn moeder gefietst.Vergrendeld
  • 4Wat is de onvoltooid verleden tijd van 'wonen' (wij)?Vergrendeld

Nog 6 vragen bij dit onderwerp

Maak een account en krijg met Premium toegang tot alle uitleg, toelichtingen en proefexamens. Je kunt Premium eerst gratis proberen.

Gratis proberen
Onderwerp klaar?

Test wat je hebt geleerd in een proefexamen Lezen of Luisteren.

Naar de proefexamens